Dit item delen:
Het gevaar van social media

Ons brein is één grote gedachten-machine die dag en nacht (echt waar, ook als je slaapt) doorgaat met dingen tegen je zeggen. Het is alsof je constant de radio hebt aanstaan met commentaar op je eigen leven. Een gemiddeld brein produceert zo’n 50.000 gedachten per dag. Dat zijn er veel te veel om allemaal bij te houden. Dus wat doen we? We kiezen de gedachten uit die we geloven. En hoe meer we in zo’n gedachte geloven, hoe vaker en gemakkelijker die gedachte langskomt. Ik noem dat de ‘zie je nou wel’- stand van je brein.
Het is een beetje zoals de verkiezingen. Daar horen we ook het liefste wat we eigenlijk zelf ook al dachten: ‘zie je nou wel’, denken we dan, ‘dacht ik al’. Dat vinden we prettig. En hoe vaker en duidelijker je iets hoort, hoe sneller je geneigd bent om het te geloven. De politicus met de grootste roeptoeter wint. Niet degene wiens boodschap het grootste waarheidsgehalte heeft.
Die ‘zie je nou wel’ stand bestaat uit een reeks overtuigingen en automatische gedachten die we opdoen terwijl we opgroeien. Dat is zoals ons brein leert en verbanden legt. We leren dat een hond een dier is, en een dier een beest. Als we dan ergens een keer horen dat beesten gevaarlijk kunnen zijn, leggen we razendsnel het verband naar die hond en trekken dan zomaar de conclusie dat die ook wel eens gevaarlijk zouden kunnen zijn. Deze stelsels van overtuigingen overerven we ook vaak van onze ouders, die ons als het ware indoctrineren met hun eigen stelsels van waarheden. Maar onderweg doen we zelf ook nieuwe waarheden op, onder invloed van wat we meemaken.
Het probleem met ons brein is echter dat we vergeten te checken of die automatische gedachtenstroom wel echt waar is. We nemen het zomaar klakkeloos aan. Zeker als we die gedachten vaak voorgeschoteld krijgen. Dan is iets op een gegeven moment gewoon zo, zonder dat we factchecken, of proberen uit te zoeken of er nog andere manieren zijn om tegen een situatie aan te kijken.
Soms gaan deze overtuigingen tegen ons werken. Als we ervan overtuigd raken dat we geen fouten mogen maken bijvoorbeeld. Omdat er dan iets ergs gebeurt. Bijvoorbeeld doordat je vader je niet meer aankijkt als je een onvoldoende hebt gehaald, of je vriendinnen je uitlachen als je raar lacht op een foto, of je denkt dat je net zo perfect moet zijn als de influencers op instagram. Als we ervan overtuigd raken dat we perfect moeten zijn en geen fouten mogen maken, dan gaat die overtuiging ons gedrag en onze gevoelens bepalen.
Zolang niemand je vraagt; hé, is dat eigenlijk wel waar, dat van dat perfect zijn? heb je zelf waarschijnlijk niet eens in de gaten dat deze overtuiging jouw drijfveer is geworden.
En dit is waarom ik zo verdrietig word van algoritmes en het gebrek aan factcheckers in al die social media. De socials schotelen je mede door deze mechanismen alleen nog maar voor wat je tóch al dacht. Je overtuiging groeit en groeit, zonder dat iemand vraagt; he, is dat eigenlijk wel waar?
Jezelf bevragen op je eigen overtuigingen, daar stukje bij beetje aan schaven en vanaf stappen, zodat je jezelf -in het geval van perfectionisme- meer lucht en bewegingsruimte kunt geven, minder angstig zult worden en meer zult durven, is een hele moeilijke cognitieve oefening. Je moet bereid zijn af te wijken van je automatische gedachtenstroom. Het is als het ware een klein geitenpaadje maken naast de grote gebaande snelweg van het gemak. Het kost mentale kracht om iets anders te durven denken, dan je jarenlang gewend bent geweest.
Deze mentale kracht wordt ons stelselmatig afgeleerd door het gemak van de social media. We creëren een hele generatie gemaksdenkers die zich niet meer leren afvragen: ‘hé, is dat eigenlijk wel waar?’
Nou wil ik niet meteen pleiten voor een verbod op social media voor kinderen, hoewel ik écht moet zoeken, op mijn eigen geitenpaadje, naar de voordelen ervan. Maar ik wil wel oproepen tot meekijken met je kinderen; wat zien ze, wat horen ze, hoe vormen ze hun overtuigingen? Waarmee wordt hun brein gevoed? Vraag eens aan je kind hoe het denkt over bepaalde onderwerpen, hoe het aan de informatie komt en of er misschien andere manieren zijn om tegen dat onderwerp aan te kijken. Vraag je kind gewoon eens: ‘Hé, is dat eigenlijk wel waar?’, zodat het zijn brein blijft uitdagen om niet alleen de gedachtenstroom te volgen, maar ook eens een zijspoortje durft te nemen.
Het gevaar van social media

Ons brein is één grote gedachten-machine die dag en nacht (echt waar, ook als je slaapt) doorgaat met dingen tegen je zeggen. Het is alsof je constant de radio hebt aanstaan met commentaar op je eigen leven. Een gemiddeld brein produceert zo’n 50.000 gedachten per dag. Dat zijn er veel te veel om allemaal bij te houden. Dus wat doen we? We kiezen de gedachten uit die we geloven. En hoe meer we in zo’n gedachte geloven, hoe vaker en gemakkelijker die gedachte langskomt. Ik noem dat de ‘zie je nou wel’- stand van je brein.
Het is een beetje zoals de verkiezingen. Daar horen we ook het liefste wat we eigenlijk zelf ook al dachten: ‘zie je nou wel’, denken we dan, ‘dacht ik al’. Dat vinden we prettig. En hoe vaker en duidelijker je iets hoort, hoe sneller je geneigd bent om het te geloven. De politicus met de grootste roeptoeter wint. Niet degene wiens boodschap het grootste waarheidsgehalte heeft.
Die ‘zie je nou wel’ stand bestaat uit een reeks overtuigingen en automatische gedachten die we opdoen terwijl we opgroeien. Dat is zoals ons brein leert en verbanden legt. We leren dat een hond een dier is, en een dier een beest. Als we dan ergens een keer horen dat beesten gevaarlijk kunnen zijn, leggen we razendsnel het verband naar die hond en trekken dan zomaar de conclusie dat die ook wel eens gevaarlijk zouden kunnen zijn. Deze stelsels van overtuigingen overerven we ook vaak van onze ouders, die ons als het ware indoctrineren met hun eigen stelsels van waarheden. Maar onderweg doen we zelf ook nieuwe waarheden op, onder invloed van wat we meemaken.
Het probleem met ons brein is echter dat we vergeten te checken of die automatische gedachtenstroom wel echt waar is. We nemen het zomaar klakkeloos aan. Zeker als we die gedachten vaak voorgeschoteld krijgen. Dan is iets op een gegeven moment gewoon zo, zonder dat we factchecken, of proberen uit te zoeken of er nog andere manieren zijn om tegen een situatie aan te kijken.
Soms gaan deze overtuigingen tegen ons werken. Als we ervan overtuigd raken dat we geen fouten mogen maken bijvoorbeeld. Omdat er dan iets ergs gebeurt. Bijvoorbeeld doordat je vader je niet meer aankijkt als je een onvoldoende hebt gehaald, of je vriendinnen je uitlachen als je raar lacht op een foto, of je denkt dat je net zo perfect moet zijn als de influencers op instagram. Als we ervan overtuigd raken dat we perfect moeten zijn en geen fouten mogen maken, dan gaat die overtuiging ons gedrag en onze gevoelens bepalen.
Zolang niemand je vraagt; hé, is dat eigenlijk wel waar, dat van dat perfect zijn? heb je zelf waarschijnlijk niet eens in de gaten dat deze overtuiging jouw drijfveer is geworden.
En dit is waarom ik zo verdrietig word van algoritmes en het gebrek aan factcheckers in al die social media. De socials schotelen je mede door deze mechanismen alleen nog maar voor wat je tóch al dacht. Je overtuiging groeit en groeit, zonder dat iemand vraagt; he, is dat eigenlijk wel waar?
Jezelf bevragen op je eigen overtuigingen, daar stukje bij beetje aan schaven en vanaf stappen, zodat je jezelf -in het geval van perfectionisme- meer lucht en bewegingsruimte kunt geven, minder angstig zult worden en meer zult durven, is een hele moeilijke cognitieve oefening. Je moet bereid zijn af te wijken van je automatische gedachtenstroom. Het is als het ware een klein geitenpaadje maken naast de grote gebaande snelweg van het gemak. Het kost mentale kracht om iets anders te durven denken, dan je jarenlang gewend bent geweest.
Deze mentale kracht wordt ons stelselmatig afgeleerd door het gemak van de social media. We creëren een hele generatie gemaksdenkers die zich niet meer leren afvragen: ‘hé, is dat eigenlijk wel waar?’
Nou wil ik niet meteen pleiten voor een verbod op social media voor kinderen, hoewel ik écht moet zoeken, op mijn eigen geitenpaadje, naar de voordelen ervan. Maar ik wil wel oproepen tot meekijken met je kinderen; wat zien ze, wat horen ze, hoe vormen ze hun overtuigingen? Waarmee wordt hun brein gevoed? Vraag eens aan je kind hoe het denkt over bepaalde onderwerpen, hoe het aan de informatie komt en of er misschien andere manieren zijn om tegen dat onderwerp aan te kijken. Vraag je kind gewoon eens: ‘Hé, is dat eigenlijk wel waar?’, zodat het zijn brein blijft uitdagen om niet alleen de gedachtenstroom te volgen, maar ook eens een zijspoortje durft te nemen.
Dit item delen:
Gerelateerde artikelen:
Ik had een heleboel plannen, vlak voordat ik corona kreeg. Ik zou elke week een blog schrijven, had ik me voorgenomen, over mindfulness en kalmte en hoe dat je zou helpen rustiger op je kids te reageren. Ik had me aangemeld voor een meditatiecursus ...
Ik had een heleboel plannen, vlak voordat ik corona kreeg. Ik zou elke week een blog schrijven, had ik me voorgenomen, over mindfulness en kalmte en hoe dat je ...
Ons brein is één grote gedachten-machine die dag en nacht (echt waar, ook als je slaapt) doorgaat met dingen tegen je zeggen. Het is alsof je constant de radio hebt aanstaan met commentaar op je eigen leven. Een gemiddeld brein produceert zo'n 50.000 gedachten ...
Ons brein is één grote gedachten-machine die dag en nacht (echt waar, ook als je slaapt) doorgaat met dingen tegen je zeggen. Het is alsof je constant de radio ...
Je brein is op zoek naar patronen. Ieder brein doet dat, daar is het voor gemaakt. Het is de kunst om niet al te veel te geloven in de patronen die je zelf creëert, want dan gaan ze met je aan de haal. Met ...
Je brein is op zoek naar patronen. Ieder brein doet dat, daar is het voor gemaakt. Het is de kunst om niet al te veel te geloven in de ...




